FOTO: ANP / HENRIETTE GUEST FOTOGRAFIE
de Nederlandse overheid
eigenlijk?
FOTO: ANP / LAURENS VAN PUTTEN
Liset Hamming (1981) studeerde Internationaal Recht in Groningen en zat in het bestuur van studentenvereniging Vindicat. Ze wilde niet naar het voorbeeld van haar vader de advocatuur in, maar wierp zich op maatschappelijke vraagstukken. Gaandeweg belandde ze in de journalistiek, bij onderzoeksplatform Follow the Money. Daar leerde ze de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) kennen, de voorganger van van de Wet open overheid. Met collega Tim Staal richtte ze een aantal jaren later expertisecentrum SPOON op.
Lees ook: Is het openbaarheidsklimaat in Nederland verbeterd? RUG evalueert de Wet open overheid.
Anastasia Prima Kristijarti – Faculteit Science & Engineering
No matter how dark the tunnel is, each step forward brings us closer to the light.
STELLING
TEKST: JURGEN TIEKSTRA
Alumnus Liset Hamming wilde als jurist niet de advocatuur in, maar zich bezighouden
met maatschappelijke vraagstukken. Nu is ze directeur van expertisecentrum SPOON,
dat zich richt op de Wet open overheid (Woo).
Duizenddingendoekje
SPOON adviseert journalisten en ngo’s bij het indienen van Woo-verzoeken en doet tegelijkertijd onderzoek naar de dagelijkse praktijk van de wet. Ook ontwikkelt het expertisecentrum hulpmiddelen, zoals de Woo-Knop die onder meer alle lopende Woo-verzoeken in kaart brengt, de Woo-generator die helpt een verzoek te schrijven, en een webforum, waarop mensen die Woo-verzoeken indienen met elkaar in overleg kunnen. Overigens is er ook een Europese variant van de Woo-knop: de website Ask the EU.
‘Het is best bijzonder dat we in Nederland als burgers een “informatierecht” hebben. Dat is nog net wat breder dan het “documentenrecht” in bijvoorbeeld Zweden’, vertelt Hamming. ‘Je hebt bij ons recht op alle informatie, tenzij een van de veertien weigergronden die in de Woo staan van toepassing is. Er zijn vijf absolute en negen relatieve weigergronden. In het geval van die laatste moet de overheid elke keer een aparte afweging maken.’
Als een overheidsorgaan zich op een van die weigergronden beroept om iets niet naar buiten te brengen, kan er een flinke juridische discussie ontstaan. ‘Dan moet je dus in bezwaar en het aanvechten bij de rechter. Maar negen van de tien journalisten hebben daar geen tijd voor, laat staan zin in. Eén weigergrond is dat het belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van ‘het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. Die weigergrond noemen wij het duizenddingendoekje.’
Politieke gevoeligheid
Daarnaast heeft Hamming de ervaring dat politieke gevoeligheid ook meespeelt bij het wel of niet inwilligen van een Woo-verzoek. ‘Politieke gevoeligheid staat niet tussen de weigergronden, maar je ziet dat bij veel van die verzoeken het een reden is dat de openbaarmaking stil blijft liggen. Dat wordt niet hardop gezegd. Maar ik heb gehad dat een jurist van een ministerie tegen mij zei: “Deze informatie kunnen we niet niet openbaar maken.” Maar alsnog ligt het Woo-verzoek al drie maanden “in de lijn”, zoals we dat dan noemen: dat betekent dat er op de afdelingen van het departement nog allemaal handtekeningen moeten worden gezet, en dat het dan ergens stil ligt. Dat is of omdat ze denken: Help, wat moeten we hiermee? Of omdat ze bang zijn: Als dit naar buiten komt, hebben we een probleem.’
De Nederlandse overheid is niet per se de meest transparante van de wereld, zegt Hamming. ‘Als je bijvoorbeeld naar India kijkt, dan denk je in alle waarschijnlijkheid: het zal daar toch slechter geregeld zijn. Maar men heeft daar meer bevoegdheden om bij overheden informatie af te dwingen en om zelfs boetes op te leggen aan ambtenaren als ze hun informatie niet openbaar maken. Voor een journalistiek project heb ik een keer in Slovenië een Woo-verzoek ingediend en kreeg ik binnen twee weken alle informatie binnen, waarmee wij in Nederland – en dat is echt niet overdreven – nu al vijf jaar bezig zijn. Dat gaat om het ministerie van Justitie en Veiligheid.’
Met de Wet open overheid (Woo) in de hand kan iedere burger van Nederland vragen om openbaar-making van overheidsdocumenten. Of zoals dat ook wel heet: iedereen kan ‘Woo-en’. Dat geldt dus niet alleen voor journalisten en belangenclubs, benadrukt Hamming, directeur van het Woo-expertise-centrum SPOON (spreek uit op z’n Engels). Nee, dat geldt voor werkelijk iedereen die wil weten hoe besluitvorming bij een overheidsinstantie heeft plaatsgevonden. ‘Jij en ik kunnen hier als burgers ook mee te maken krijgen’, vertelt Hamming: ‘Als er een brug achter je tuin gebouwd wordt, als er giftige gassen onder je huis lopen, of als je een AZC in je straat krijgt waar je op tegen bent… soms wil je gewoon weten: hoe is dit gebeurd? Het kan superfrustrerend zijn als je geen toegang krijgt tot die informatie.’
SPOON
Volgend jaar bestaat de Woo vijf jaar. Zoals gebruikelijk met nieuwe wetten, wordt hij dan geëvalueerd. Dat zal worden gedaan door een onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen: hoogleraar Informatierecht Aline Klingenberg kreeg deze opdracht van de rijksoverheid.
‘Dat is goed nieuws, denk ik’, zegt Hamming. Al geeft ze toe dat dat voor een belangrijk deel een gevoelskwestie is. Want Groningen is onderdeel van haar DNA geworden. Toen ze in 1999 Internationaal Recht ging studeren, verruilde ze haar woonplaats Haarlem voor het Noorden. ‘Ja, De Liefde; er is toch altijd maar één reden waarom je ver weg naar een andere plek zou gaan?’, vertelt ze vrolijk. ‘Op het eindexamenbriefje van de jongen op wie ik verliefd was, zag ik dat hij naar Groningen ging. Met een groepje vrienden ben ik een keer hem gaan opzoeken, en dat was heel leuk. Toen dacht ik: O, wat heerlijk! Groningen is ver weg, maar niet in het buitenland.’
Een tweede reden dat ze een goed gevoel heeft bij Groningen, is dat de provincie Groningen met Robert Nat een in haar ogen uitstekende Woo-contactpersoon in dienst heeft. ‘Als expertisecentrum hebben wij daarom Groningen hoog in het vaandel staan. Hij durft onafhankelijk te zijn binnen zijn eigen organisatie als het gaat om het zoeken naar informatie. Hij heeft technische beslissingen genomen om ervoor te zorgen dat hij beter toegang krijgt tot alle systemen om de opgevraagde informatie boven te halen.’
De afkorting SPOON staat voor: Samenwerking Passieve Openbaarmaking Overheidsinformatie Nederland. Want daar gaat het om: de passieve openbaarmaking. De overheid is verplicht uit zichzelf een berg aan informatie naar buiten te brengen en lijkt daarom behoorlijk transparant. Via de websites van gemeenten, provincies, de ministeries, en de Eerste en Tweede Kamer komt een grote hoeveelheid beslisnota’s, brieven en achtergrondstukken naar buiten. Maar tegelijkertijd leert de ‘toeslagenaffaire’ dat alsnog belangrijke informatie binnenskamers kan blijven. Voor die documenten is de Wet open overheid ook bedoeld: de documenten die niet actief door een overheidsorgaan naar buiten gebracht worden.
FOTO: ANP / HENRIETTE GUEST FOTOGRAFIE
FOTO: ANP / LAURENS VAN PUTTEN
Lees ook: Is het openbaarheidsklimaat in Nederland verbeterd? RUG evalueert de
Wet open overheid.
Anastasia Prima Kristijarti – Faculteit Science & Engineering
No matter how dark the tunnel is, each step forward brings us closer to the light.
STELLING
Politieke gevoeligheid
Daarnaast heeft Hamming de ervaring dat politieke gevoeligheid ook meespeelt bij het wel of niet inwilligen van een Woo-verzoek. ‘Politieke gevoeligheid staat niet tussen de weigergronden, maar je ziet dat bij veel van die verzoeken het een reden is dat de openbaarmaking stil blijft liggen. Dat wordt niet hardop gezegd. Maar ik heb gehad dat een jurist van een ministerie tegen mij zei: “Deze informatie kunnen we niet niet openbaar maken.” Maar alsnog ligt het Woo-verzoek al drie maanden “in de lijn”, zoals we dat dan noemen: dat betekent dat er op de afdelingen van het departement nog allemaal handtekeningen moeten worden gezet, en dat het dan ergens stil ligt. Dat is of omdat ze denken: Help, wat moeten we hiermee? Of omdat ze bang zijn: Als dit naar buiten komt, hebben we een probleem.’
De Nederlandse overheid is niet per se de meest transparante van de wereld, zegt Hamming. ‘Als je bijvoorbeeld naar India kijkt, dan denk je in alle waarschijnlijk-heid: het zal daar toch slechter geregeld zijn. Maar men heeft daar meer bevoegdheden om bij overheden informatie af te dwingen en om zelfs boetes op te leggen aan ambtenaren als ze hun informatie niet openbaar maken. Voor een journalistiek project heb ik een keer in Slovenië een Woo-verzoek ingediend en kreeg ik binnen twee weken alle informatie binnen, waarmee wij in Nederland – en dat is echt niet overdreven – nu al vijf jaar bezig zijn. Dat gaat om het ministerie van Justitie en Veiligheid.’
Duizenddingendoekje
SPOON adviseert journalisten en ngo’s bij het indienen van Woo-verzoeken en doet tegelijkertijd onderzoek naar de dagelijkse praktijk van de wet. Ook ontwikkelt het expertisecentrum hulpmiddelen, zoals de Woo-Knop die onder meer alle lopende Woo-verzoeken in kaart brengt, de Woo-generator die helpt een verzoek te schrijven, en een webforum, waarop mensen die Woo-verzoeken indienen met elkaar in overleg kunnen. Overigens is er ook een Europese variant van de Woo-knop: de website Ask the EU.
‘Het is best bijzonder dat we in Nederland als burgers een “informatierecht” hebben. Dat is nog net wat breder dan het “documentenrecht” in bijvoorbeeld Zweden’, vertelt Hamming. ‘Je hebt bij ons recht op alle informatie, tenzij een van de veertien weigergronden die in de Woo staan van toepassing is. Er zijn vijf absolute en negen relatieve weigergronden. In het geval van die laatste moet de overheid elke keer een aparte afweging maken.’
Als een overheidsorgaan zich op een van die weigergronden beroept om iets niet naar buiten te brengen, kan er een flinke juridische discussie ontstaan. ‘Dan moet je dus in bezwaar en het aanvechten bij de rechter. Maar negen van de tien journalisten hebben daar geen tijd voor, laat staan zin in. Eén weigergrond is dat het belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van ‘het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. Die weigergrond noemen wij het duizenddingendoekje.’
Liset Hamming (1981) studeerde Internationaal Recht in Groningen en zat in het bestuur van studentenvereniging Vindicat. Ze wilde niet naar het voorbeeld van haar vader de advocatuur in, maar wierp zich op maatschap-pelijke vraagstukken. Gaandeweg belandde ze in de journalistiek, bij onderzoeksplatform Follow the Money. Daar leerde ze de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) kennen, de voorganger van van de Wet open overheid. Met collega Tim Staal richtte ze een aantal jaren later expertisecentrum
SPOON op.
Met de Wet open overheid (Woo) in de hand kan iedere burger van Nederland vragen om openbaar-making van overheidsdocumenten. Of zoals dat ook wel heet: iedereen kan ‘Woo-en’. Dat geldt dus niet alleen voor journalisten en belangenclubs, benadrukt Hamming, directeur van het Woo-expertise-centrum SPOON (spreek uit op z’n Engels). Nee, dat geldt voor werkelijk iedereen die wil weten hoe besluitvorming bij een overheidsinstantie heeft plaatsgevonden. ‘Jij en ik kunnen hier als burgers ook mee te maken krijgen’, vertelt Hamming: ‘Als er een brug achter je tuin gebouwd wordt, als er giftige gassen onder je huis lopen, of als je een AZC in je straat krijgt waar je op tegen bent… soms wil je gewoon weten: hoe is dit gebeurd? Het kan superfrustrerend zijn als je geen toegang krijgt tot die informatie.’
SPOON
Volgend jaar bestaat de Woo vijf jaar. Zoals gebruikelijk met nieuwe wetten, wordt hij dan geëvalueerd. Dat zal worden gedaan door een onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen: hoogleraar Informatierecht Aline Klingenberg kreeg deze opdracht van de rijksoverheid.
‘Dat is goed nieuws, denk ik’, zegt Hamming. Al geeft ze toe dat dat voor een belangrijk deel een gevoelskwestie is. Want Groningen is onderdeel van haar DNA geworden. Toen ze in 1999 Internationaal Recht ging studeren, verruilde ze haar woonplaats Haarlem voor het Noorden. ‘Ja, De Liefde; er is toch altijd maar één reden waarom je ver weg naar een andere plek zou gaan?’, vertelt ze vrolijk. ‘Op het eindexamenbriefje van de jongen op wie ik verliefd was, zag ik dat hij naar Groningen ging. Met een groepje vrienden ben ik een keer hem gaan opzoeken, en dat was heel leuk. Toen dacht ik: O, wat heerlijk! Groningen is ver weg, maar niet in het buitenland.’
Een tweede reden dat ze een goed gevoel heeft bij Groningen, is dat de provincie Groningen met Robert Nat een in haar ogen uitstekende Woo-contactpersoon in dienst heeft. ‘Als expertisecentrum hebben wij daarom Groningen hoog in het vaandel staan. Hij durft onafhankelijk te zijn binnen zijn eigen organisatie als het gaat om het zoeken naar informatie. Hij heeft technische beslissingen genomen om ervoor te zorgen dat hij beter toegang krijgt tot alle systemen om de opgevraagde informatie boven te halen.’
De afkorting SPOON staat voor: Samenwerking Passieve Openbaarmaking Overheidsinformatie Nederland. Want daar gaat het om: de passieve openbaarmaking. De overheid is verplicht uit zichzelf een berg aan informatie naar buiten te brengen en lijkt daarom behoorlijk transparant. Via de websites van gemeenten, provincies, de ministeries, en de Eerste en Tweede Kamer komt een grote hoeveelheid beslisnota’s, brieven en achtergrondstukken naar buiten. Maar tegelijkertijd leert de ‘toeslagenaffaire’ dat alsnog belangrijke informatie binnenskamers kan blijven. Voor die documenten is de Wet open overheid ook bedoeld: de documenten die niet actief door een overheidsorgaan naar buiten gebracht worden.
Alumnus Liset Hamming wilde als jurist niet de advocatuur in, maar zich bezighouden met maatschappelijke vraagstukken. Nu is ze directeur van expertisecentrum SPOON, dat zich richt op de Wet open overheid (Woo).
TEKST: JURGEN TIEKSTRA