FOTO: REYER BOXEM

UBBO EMMIUS FONDS

‘Ontmenselijking
kan leiden
tot haat’

Gevaarlijke patronen in
de media herkennen:

Marta Marcora (Italië, 2000)

studeerde taalwetenschappen en literatuur in Milaan (Italië), met een focus op media en communicatie. Ze was Erasmusstudent in Bilbao en Málaga (Spanje) en behaalde later een master in sociale wetenschappen in Uppsala (Zweden). Tegenwoordig is ze promovendus in Groningen, verbonden aan twee faculteiten: Letteren en Filosofie.      

Dit onderzoek wordt gefinancierd door het Ubbo Emmius Fonds, universiteitsfonds van de Rijksuniversiteit Groningen. Benieuwd welke projecten het fonds financiert, kijk op uef.nl. Ook bijdragen aan de wetenschap? 
Word Vriend of Supporter van het fonds. 

Jolien de Waard – Medische Wetenschappen
The world is a book and those who do not travel only read a page.
(St. Augustinus)

STELLING

TEKST: NIENKE BEINTEMA

Tekst en beeld kunnen verborgen boodschappen overbrengen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld beïnvloeden hoe mensen denken over migratie. De Italiaanse promovenda Marta Marcora onderzoekt dit verschijnsel: hoe worden vluchtelingen weergegeven in online media? “Veel beelden gaan voorbij aan individuele identiteiten en verhalen. Daarmee dragen ze bij aan ontmenselijking.”

Titel van het project:

“Visual argumentative inferences and soft hate speech online:
A corpus-based multimodal argumentative perspective to raise critical awareness”

Haattaal
Marta’s project richt zich op hoe de Europese ‘vluchtelingencrisis’ van 2015-2017 in de media werd weergegeven. “‘Crisis’ is een veelgebruikte term, maar in de academische wereld gaan we daar heel kritisch mee om”, merkt Marta op. De term is ideologisch geladen, benadrukt ze, en daarom zou je hem niet moeten gebruiken in vakgebieden waarin objectiviteit belangrijk is: in de academische wereld, maar ook in de journalistiek. “In mijn onderzoek hanteer ik een multimodale aanpak: ik kijk naar het taalgebruik in koppen en subkoppen, maar ook naar de bijbehorende foto’s.”

Woorden zijn vaak expliciet, maar beelden, zoals Marta uitlegt, dragen soms een veel verborgener boodschap in zich mee. “Vluchtelingen worden bijvoorbeeld vaak afgebeeld als een brede, geanonimiseerde massa mensen”, zegt ze. “Als je ze zo weergeeft, dan ontken je de individuele identiteiten en verhalen. Dat draagt bij aan ontmenselijking van de betrokkenen. Het gevolg kan zijn dat het publiek geleidelijk minder empathie gaat voelen.”

Marta noemt als voorbeeld een beroemde poster uit de Brexit-campagne, waarop een grote groep mensen in een veld loopt. De begeleidende tekst luidt: ‘Breekpunt’. “Dit suggereerde dat grote golven van immigranten Groot-Brittannië binnenkwamen”, legt Marta uit. “In werkelijkheid werd deze foto genomen aan de grens tussen Kroatië en Slovenië. De foto werd in een andere context geplaatst en bijna als oorlogsverhaal gebruikt. De makers wilden dat kijkers vluchtelingen gingen associëren met een noodsituatie, een bedreiging. Als mensen dit internaliseren, dan kan dat leiden tot haat en agressie tegen de betreffende bevolkingsgroepen.”

Trend van ontmenselijking
Marta onderzoekt hoe tekst en afbeeldingen worden ingezet om dergelijke impliciete boodschappen over te brengen. “De eerste stap is het ontwikkelen van een methodologie om grote databases te bestuderen”, zegt ze. Ze analyseerde zo’n 4.000 artikelen – en de bijbehorende foto’s – over vluchtelingen in Italië, Malta en Griekenland, gepubliceerd tussen 2015 en 2017. “Daarvoor ontwikkelden we een uitgebreid en gedetailleerd annotatieschema”, legt Marta uit. Annotatie is een manier om gegevens te categoriseren, waardoor je ze systematisch kunt analyseren. “We testen dit schema nu met verschillende annotatoren. We willen het namelijk reproduceerbaar maken: dat het annoteren van eenzelfde fragment altijd dezelfde uitkomst oplevert.”

Marta geeft een voorbeeld. “Stel je een foto voor waarop ik sta afgebeeld, terwijl ik aan deze tafel zit en een kop thee drink. De annotatie laat je vragen beantwoorden zoals: wie zit er aan de tafel? Is zij opgenomen in de tekst van het artikel? Zo ja, is zij geïndividualiseerd of gecategoriseerd, bijvoorbeeld als ‘een jonge vrouw’? Is ze, naast het theedrinken, ook aan het praten? Is ze een handelend persoon – doet ze zelf iets – of spreekt iemand over haar?”

Dankzij de annotatie kunnen onderzoekers statistische analyses uitvoeren en patronen ontdekken. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de artikelen in de pilotstudie”, zegt Marta, “dan zie je dat vluchtelingen daarin vrijwel nooit een actieve spreekrol vervullen. Je ziet ze alleen maar lopend, dichterbij komend, of bezig met andere materiële handelingen. Ze worden op die manier vaak passief gemaakt, terwijl degenen die spreken, of ‘betekenis geven’, zoals wij dat noemen, vrijwel altijd politici of ambtenaren zijn. Dit past in een trend van ontmenselijking van vluchtelingen, waardoor ze geen eigen stem meer hebben.”

‘Milde haatspraak’
Het promotieonderzoek heeft twee belangrijke doelen: patronen ontdekken, maar ook een methodologie ontwikkelen om dit soort onderzoek breder te kunnen doen. “Voorlopig doen we deze annotatie handmatig”, zegt Marta, “maar ik denk dat het proces in een later stadium geautomatiseerd kan worden. We hopen een solide tool te ontwikkelen waarmee onderzoekers grote datasets kunnen bestuderen en dit soort patronen kunnen detecteren, ook in andere contexten of media.”

Uiteindelijk willen Marta en haar collega’s achterhalen hoe deze patronen zich kunnen ontwikkelen tot zogeheten ‘haatspraak’: taalgebruik dat strafbaar is omdat het aanzet tot geweld tegen kwetsbare groepen in de samenleving. “Veel van de beelden en artikelen die we tegenkomen, voldoen niet aan de wettelijke drempel”, zegt Marta. “Dit noemen we ‘milde haatspraak’. Maar ze leiden wel tot intolerantie, stigmatisering en uitsluiting. Dat maakt dit grijze gebied zo belangrijk om te bestuderen. Als deze patronen in de samenleving genormaliseerd raken, kunnen ze de basis leggen voor ‘harde haatspraak’.”

Filosofische insteek
Marta’s onderzoek “is super-interdisciplinair”, zoals ze het zelf zegt. Het raakt niet alleen aan taalkunde, onderzoeksmethodologie en sociale wetenschappen, maar ook aan filosofie. “Ik heb veel geluk met mijn evenwichtige en succesvolle team van begeleiders”, zegt ze. “Dankzij hen kan ik echt diep ingaan op de structuur van argumentatie die haat kan normaliseren. We proberen het terug te traceren: wat zijn de impliciete aannames in deze context? Welke argumentatie zorgt ervoor dat bepaalde aannames standhouden? Ik ben ervan overtuigd dat ons onderzoek niet zo solide zou zijn geweest als het niet was uitgevoerd op het snijvlak van al deze disciplines.”

Het team hoopt de zogeheten ‘multimodale bewustwording’ te vergroten: dat mensen zich ervan bewust zijn dat niet alleen teksten boodschappen kunnen overbrengen, maar ook beelden. “Mensen zijn minder getraind om kritisch te kijken naar beelden”, zegt Marta, “en dat is zorgwekkend, omdat beelden in onze maatschappij steeds dominanter worden. En we missen nog steeds de gereedschappen om te ontleden welke denkbeelden daarmee worden overgebracht. Die impliciete boodschappen blijven vaak buiten het zicht van de wet, maar ook buiten het zicht van individuen. Mensen hebben het niet in de gaten.”

Naast methoden voor onderzoekers wil het team ook richtlijnen en educatief materiaal ontwikkelen voor professionals in de media en het onderwijs. En wat betreft haar eigen toekomst: Marta ziet een carrière voor zich waarin ze onderzoek combineert met praktische toepassingen. “Niet per se in de academische wereld”, merkt ze op. “Misschien bij een niet-gouvernementele organisatie. Het is heel belangrijk dat mensen beter worden in het herkennen van schadelijke patronen. Daaraan zou ik heel graag een steentje bijdragen.”

Taal heeft invloed op ideologieën, en omgekeerd hebben ideologieën ook invloed op taal, zoals Marta Marcora het treffend verwoordt. “Deze complexe wisselwerking zien we in ons dagelijks leven, maar ook in politiek en machtsstructuren”, zegt ze. “Ik heb dit altijd fascinerend gevonden. Deze link tussen taal en samenleving, en hoe ze elkaar beïnvloeden en vormgeven.”

Omdat ze dit alles even interessant vindt, studeerde Marta taalkunde, communicatie én sociale wetenschappen. “Ik wilde me nooit specialiseren in één vakgebied”, legt ze uit. “Ik benader dingen liever vanuit verschillende invalshoeken. Vanuit verschillende disciplines. En ik houd van complexe vraagstukken. Zo heb ik altijd al in elkaar gestoken.” Ze lacht hartelijk.

De interdisciplinariteit is wat Marta zo aanspreekt in het M20-programma. Dit initiatief van het Ubbo Emmius Fonds financiert PhD-beurzen voor interdisciplinair onderzoek naar belangrijke maatschappelijke uitdagingen. “Ik zag de advertentie voor dit project op EURAXESS, het Europese platform voor academische carrières. Het leek wel alsof het project speciaal voor mij was geschreven. Het sluit precies aan op mijn masterscriptie. Soms moet je gewoon geluk hebben in het leven.” Toevallig woonde Marta’s oudere zus al in Nederland en had zij een partner uit Groningen. “Ik heb de stad en de mensen altijd al heel prettig gevonden. Zo supergastvrij.”

FOTO: REYER BOXEM

‘Ontmenselijking
kan leiden
tot haat’

Gevaarlijke patronen in
de media herkennen:

UBBO EMMIUS FONDS

Dit onderzoek wordt gefinancierd door het Ubbo Emmius Fonds, universiteitsfonds
van de Rijksuniversiteit Groningen. Benieuwd welke projecten het fonds financiert, kijk op uef.nl. Ook bijdragen
aan de wetenschap? Word Vriend of Supporter van het fonds. 

Haattaal
Marta’s project richt zich op hoe de Europese ‘vluchtelingencrisis’ van 2015-2017 in de media werd weergegeven. “‘Crisis’ is een veelgebruikte term, maar in de academische wereld gaan we daar heel kritisch mee om”, merkt Marta op. De term is ideologisch geladen, benadrukt ze, en daarom zou je hem niet moeten gebruiken in vakgebieden waarin objectiviteit belangrijk is: in de academische wereld, maar ook in de journalistiek. “In mijn onderzoek hanteer ik een multimodale aanpak: ik kijk naar het taalgebruik in koppen en subkoppen, maar ook naar de bijbehorende foto’s.”

Woorden zijn vaak expliciet, maar beelden, zoals Marta uitlegt, dragen soms een veel verborgener boodschap in zich mee. “Vluchtelingen worden bijvoorbeeld vaak afgebeeld als een brede, geanonimiseerde massa mensen”, zegt ze. “Als je ze zo weergeeft, dan ontken je de individuele identiteiten en verhalen. Dat draagt bij aan ontmenselijking van de betrokkenen. Het gevolg kan zijn dat het publiek geleidelijk minder empathie gaat voelen.”

Marta noemt als voorbeeld een beroemde poster uit de Brexit-campagne, waarop een grote groep mensen in een veld loopt. De begeleidende tekst luidt: ‘Breekpunt’. “Dit suggereerde dat grote golven van immigranten Groot-Brittannië binnenkwamen”, legt Marta uit. “In werkelijkheid werd deze foto genomen aan de grens tussen Kroatië en Slovenië. De foto werd in een andere context geplaatst en bijna als oorlogsverhaal gebruikt. De makers wilden dat kijkers vluchtelingen gingen associëren met een noodsituatie, een bedreiging. Als mensen dit internaliseren, dan kan dat leiden tot haat en agressie tegen de betreffende bevolkingsgroepen.”

Trend van ontmenselijking
Marta onderzoekt hoe tekst en afbeeldingen worden ingezet om dergelijke impliciete boodschappen over te brengen. “De eerste stap is het ontwikkelen van een methodologie om grote databases te bestuderen”, zegt ze. Ze analyseerde zo’n 4.000 artikelen – en de bijbehorende foto’s – over vluchtelingen in Italië, Malta en Griekenland, gepubliceerd tussen 2015 en 2017. “Daarvoor ontwikkelden we een uitgebreid en gedetailleerd annotatie-schema”, legt Marta uit. Annotatie is een manier om gegevens te categoriseren, waardoor je ze systematisch kunt analyseren. “We testen dit schema nu met verschillende annotatoren. We willen het namelijk reproduceerbaar maken: dat het annoteren van eenzelfde fragment altijd dezelfde uitkomst oplevert.”

Marta geeft een voorbeeld. “Stel je een foto voor waarop ik sta afgebeeld, terwijl ik aan deze tafel zit en een kop thee drink. De annotatie laat je vragen beantwoorden zoals: wie zit er aan de tafel? Is zij opgenomen in de tekst van het artikel? Zo ja, is zij geïndividualiseerd of gecategoriseerd, bijvoorbeeld als ‘een jonge vrouw’? Is ze, naast het theedrinken, ook aan het praten? Is ze een handelend persoon – doet ze zelf iets – of spreekt iemand over haar?”

Dankzij de annotatie kunnen onderzoekers statistische analyses uitvoeren en patronen ontdekken. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de artikelen in de pilotstudie”, zegt Marta, “dan zie je dat vluchtelingen daarin vrijwel nooit een actieve spreekrol vervullen. Je ziet ze alleen maar lopend, dichterbij komend, of bezig met andere materiële handelingen. Ze worden op die manier vaak passief gemaakt, terwijl degenen die spreken, of ‘betekenis geven’, zoals wij dat noemen, vrijwel altijd politici of ambtenaren zijn. Dit past in een trend van ontmenselijking van vluchtelingen, waardoor ze geen eigen stem meer hebben.”

‘Milde haatspraak’
Het promotieonderzoek heeft twee belangrijke doelen: patronen ontdekken, maar ook een methodologie ontwikkelen om dit soort onderzoek breder te kunnen doen. “Voorlopig doen we deze annotatie handmatig”, zegt Marta, “maar ik denk dat het proces in een later stadium geautomatiseerd kan worden. We hopen een solide tool te ontwikkelen waarmee onderzoekers grote datasets kunnen bestuderen en dit soort patronen kunnen detecteren, ook in andere contexten of media.”

Uiteindelijk willen Marta en haar collega’s achterhalen hoe deze patronen zich kunnen ontwikkelen tot zogeheten ‘haatspraak’: taalgebruik dat strafbaar is omdat het aanzet tot geweld tegen kwetsbare groepen in de samenleving. “Veel van de beelden en artikelen die we tegenkomen, voldoen niet aan de wettelijke drempel”, zegt Marta. “Dit noemen we ‘milde haatspraak’. Maar ze leiden wel tot intolerantie, stigmatisering en uitsluiting. Dat maakt dit grijze gebied zo belangrijk om te bestuderen. Als deze patronen in de samenleving genormaliseerd raken, kunnen ze de basis leggen voor ‘harde haatspraak’.”

Filosofische insteek
Marta’s onderzoek “is super-interdisciplinair”, zoals ze het zelf zegt. Het raakt niet alleen aan taalkunde, onderzoeksmethodologie en sociale wetenschappen, maar ook aan filosofie. “Ik heb veel geluk met mijn evenwichtige en succesvolle team van begeleiders”, zegt ze. “Dankzij hen kan ik echt diep ingaan op de structuur van argumentatie die haat kan normaliseren. We proberen het terug te traceren: wat zijn de impliciete aannames in deze context? Welke argumentatie zorgt ervoor dat bepaalde aannames standhouden? Ik ben ervan overtuigd dat ons onderzoek niet zo solide zou zijn geweest als het niet was uitgevoerd op het snijvlak van al deze disciplines.”

Het team hoopt de zogeheten ‘multi-modale bewustwording’ te vergroten: dat mensen zich ervan bewust zijn dat niet alleen teksten boodschappen kunnen overbrengen, maar ook beelden. “Mensen zijn minder getraind om kritisch te kijken naar beelden”, zegt Marta, “en dat is zorgwekkend, omdat beelden in onze maatschappij steeds dominanter worden. En we missen nog steeds de gereed-schappen om te ontleden welke denk-beelden daarmee worden overgebracht. Die impliciete boodschappen blijven vaak buiten het zicht van de wet, maar ook buiten het zicht van individuen. Mensen hebben het niet in de gaten.”

Naast methoden voor onderzoekers wil het team ook richtlijnen en educatief materiaal ontwikkelen voor professionals in de media en het onderwijs. En wat betreft haar eigen toekomst: Marta ziet een carrière voor zich waarin ze onderzoek combineert met praktische toepassingen. “Niet per se in de academische wereld”, merkt ze op. “Misschien bij een niet-gouvernementele organisatie. Het is heel belangrijk dat mensen beter worden in het herkennen van schadelijke patronen. Daaraan zou ik heel graag een steentje bijdragen.”

Taal heeft invloed op ideologieën, en omgekeerd hebben ideologieën ook invloed op taal, zoals Marta Marcora het treffend verwoordt. “Deze complexe wisselwerking zien we in ons dagelijks leven, maar ook in politiek en machtsstructuren”, zegt ze. “Ik heb dit altijd fascinerend gevonden. Deze link tussen taal en samenleving, en hoe ze elkaar beïnvloeden en vormgeven.”

Omdat ze dit alles even interessant vindt, studeerde Marta taalkunde, communicatie én sociale wetenschappen. “Ik wilde me nooit specialiseren in één vakgebied”, legt ze uit. “Ik benader dingen liever vanuit verschillende invalshoeken. Vanuit verschillende disciplines. En ik houd van complexe vraagstukken. Zo heb ik altijd al in elkaar gestoken.” Ze lacht hartelijk.

De interdisciplinariteit is wat Marta zo aanspreekt in het M20-programma. Dit initiatief van het Ubbo Emmius Fonds financiert PhD-beurzen voor inter-disciplinair onderzoek naar belangrijke maatschappelijke uitdagingen. “Ik zag de advertentie voor dit project op EURAXESS, het Europese platform voor academische carrières. Het leek wel alsof het project speciaal voor mij was geschreven. Het sluit precies aan op mijn masterscriptie. Soms moet je gewoon geluk hebben in het leven.” Toevallig woonde Marta’s oudere zus al in Nederland en had zij een partner uit Groningen. “Ik heb de stad en de mensen altijd al heel prettig gevonden. Zo supergastvrij.”

Titel van het project:

“Visual argumentative inferences and soft hate speech online: A corpus-based multimodal argumentative perspective to raise critical awareness”

Marta Marcora (Italië, 2000) studeerde taalwetenschappen en literatuur in Milaan (Italië), met een focus op media en communicatie. Ze was Erasmusstudent in Bilbao en Málaga (Spanje) en behaalde later een master in sociale wetenschap-pen in Uppsala (Zweden). Tegenwoordig is ze promovendus in Groningen, verbonden aan twee faculteiten: Letteren en Filosofie.      

Jolien de Waard – Medische Wetenschappen
The world is a book and those who do not travel only read a page. (St. Augustinus)

STELLING

TEKST: NIENKE BEINTEMA

Tekst en beeld kunnen verborgen boodschappen overbrengen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld beïnvloeden hoe mensen denken over migratie. De Italiaanse promovenda Marta Marcora onderzoekt dit verschijnsel: hoe worden vluchtelingen weergegeven in online media? “Veel beelden gaan voorbij aan individuele identiteiten en verhalen. Daarmee dragen ze bij aan ontmenselijking.”